maandag 28 mei 2012

Fashionably op tijd

Vrijdag hadden we een feestje. Even kijken hoe laat het ook alweer begon? Half negen.
'Ok,' zei W, 'dan vertrekken we om kwart over acht?' (Het was ongeveer een kwartiertje rijden.)
'Nee, dat is te vroeg, fashionably late is beter.'
'Ohja, zo hoort dat...', zei W.
'Ja, in mijn wereld werkt het ietsje anders dan in die van jou...'

Grappig om te ervaren hoe verschillende werelden omgaan met het concept tijd. In de wereld waarin W werkt is het altijd duidelijk: afspraak is afspraak; zo laat is zo laat; nee is nee, en zo gaan we het dus doen. Voor hem betekent een feestje dat om half negen begint dus dat je om half negen voor de deur staat.

In mijn wereld gaat dat allemaal wat losser, dus we gingen wat later. Maar toen we vorig jaar een keer iets van zijn werk hadden (een casual etentje) dacht ik ook dat we wel wat flexibeler konden zijn. Dat viel dus even tegen! Iedereen zat al aan tafel en wij waren als een van de laatsten binnen... Oeps! Gelukkig was het toch nog steeds best casual en deed iedereen relaxed, maar of ze er de volgende dag nog iets over gezegd hebben, daar ben ik nooit achter gekomen...

Ach, inmiddels leer ik zijn wereld beter kennen, en leert hij van mijn wereld. Niet dat hij een alien is, zeker niet! Maar dat de wereld er vanuit zijn context echt heel anders uit ziet en dat dat op ook heel alledaagse dingen invloed kan hebben, dat had ik niet verwacht.

We bekijken elkaars wereld vanuit onze eigen context. We leren elkaars context kennen. En we gaan op bezoek in elkaars wereld met feestjes en etentjes. En de ene keer zijn we er te vroeg, want stipt op tijd, en de andere keer te laat, want fashionably late... We lachen er samen om, en leren elke dag weer een beetje bij.

http://pinterest.com/mrjlnvssr/

donderdag 10 mei 2012

Zwaaien

W. liep net de deur uit en ik heb hem uitgezwaaid. Ik keek hem na tot hij de hoek om was. Telkens als hij omkeek zwaaide ik, en hij zwaaide terug.

Ik weet nog dat wanneer ik vroeger bij mijn Grootmoeder in De Bilt was en we gingen weer naar huis, we dan ook uitgebreid werden uitgezwaaid. Niet een beetje lafjes met een handje als we omkeken. Nee, we konden in de autospiegeltjes zien dat Groot non-stop bleef zwaaien met beide armen. Net zo lang tot onze auto aan de horizon verdween.

Het is een omgekeerd welkom heten, iemand uitzwaaien. Je wilt het moment samen zo lang mogelijk laten voortduren.

Zwaaien naar vreemden heeft ook iets bijzonders.
Ik herinner me een boottocht die ik maakte in Cambodja, nu 2,5 jaar geleden. We kwamen langs krakkemikkige huisjes die half op de rivier, half op de begroeiing gebouwd waren. Bij de huisjes zagen we altijd wel wat mensen en kinderen zitten. Vaak waren het dan de kindjes die naar ons zwaaiden. En ik zwaaide terug.

Het is op micro-niveau dat je contact maakt; een heel klein momentje tussen twee mensen. Die erkenning dat de ander er is, door alleen maar te zwaaien, dat vond ik toch wel een speciaal moment. Je zult elkaar nooit meer zien. Je zult je al helemaal niet herinneren naar wie je precies gezwaaid hebt Het is voorbij voor je er erg in hebt, maar toch was er even contact.

Voor zoiets hoef je natuurlijk niet naar de andere kant van de wereld. Het kan ook al wanneer je in de auto zit en je passeert een auto met kids op de achterbank. Er is er altijd wel eentje die naar je zwaait. Hoe leuk is het dan om even terug te zwaaien! Een klein subtiel zonnestraaltje op je gezicht.


zaterdag 5 mei 2012

Vlam

Gisteravond op het Domplein werd het herdenkingsvuur aangestoken vanwege de Dodenherdenking. Ik stond ernaar te kijken en mijn gedachten dwaalden af. Er zijn zo veel woorden om die vlammen te omschrijven, en allemaal hebben ze een andere betekenis of waarde.

Heb ik het over vuur, dan stel ik me daarbij toch meestal een gecontroleerde situatie voor. Brand daarentegen, dat is toch vooral paniek en zoeken naar de dichtstbijzijnde brandblusser. Als je de open haard aan steekt, heeft toch bijna niemand het erover dat je nog een blok hout in de brand steekt; nee, je gooit hem op het vuur.

En dan heb je nog de fik. Daar spreekt voor mij vooral branie uit. Fikkie stoken en hard wegrennen!
Ik kan me nog herinneren dat ik er zelf ooit een keer bij was. Basisschoolleeftijd. Met de stoere jongens van de klas en het meisje waar iedereen bij wilde horen, was ik in het park tegenover mijn huis. De jongens stookten een fikkie, en wij zaten ernaar te kijken. Er ontstond een hoop rook, de bladeren waren vochtig. Tja, dan merkt iedere voorbijganger het! We hebben het op een lopen gezet, volgens mij zijn we niet gepakt.

Spelen met vuur. Wanneer wordt een fikkie een brandje? Hoe ver kun je gaan?

Ik houd het voorlopig maar gewoon bij de houtkachel van W. en de zak houtkorrels die erin gaat. Lekker gecontroleerd, en toch lekker warm en knus. Al mag die lente van mij nu wel een keer doorkomen, zodat we weer een fikkie in het park kunnen stoken, maar dan onder de barbecue...

2,5 jaar geleden op het Thaise eiland Koh Tao.
Een local op het strand, dansend met de vlammen.


vrijdag 4 mei 2012

Brills

Anderhalf jaar geleden merkte ik dat het me íets te lang duurde voordat ik zag welke tramlijn eraan kwam als ik bij de halte stond. Een vriendin met min 'veel' afwijking raadde me aan om de boel te laten meten en het resultaat was duidelijk; ik moest toch maar eens een brilletje.

Mijn brills, zo noemde ik hem. Ik zorgde voor een kek exemplaar en vond het helemaal niet erg om hem te dragen. Geen jeugdcomplexen voor mij met ziekenfondsbrilletjes; ik vond het eigenlijk wel een goeie grap dat ik op mijn dertigste aan de bril ging.

Nog geen jaar later; vakantie naar Amerika, en weer terug in Nederland. Waar is mijn bril nou gebleven? Ik zou toch zweren dat ik hem echt gezien heb bij het uitpakken van mijn koffer. Of was dat wishful thinking?

Weer een klein jaar later. Ik moet een goeie zonnebril want ben gevoelig voor UV-licht. Dan toch maar een zonnebril op sterkte? En trouwens, met die nieuwe baan (inclusief veel beeldschermwerk) zou het toch wel beter zijn om wel weer een bril te dragen... Maarja, waar was mijn leuke brilletje nou gebleven?

Enfin, op naar de brillenboer. De oogmeting wordt gedaan door een opticien van het type 'snelle autoverkoper'. Rats-rats-rats; mijn ogen zijn gemeten voordat ik er erg in heb.

'Hoe vaak draag je je bril momenteel?'
'Momenteel helemaal niet.'
'Waarom niet?'
'Ehmm... ik ben hem een beetje kwijt...'
'Dan moet je misschien meteen maar een bril erbij nemen.'

Dan begint hij met een toch wel korte monoloog waarin hij heel snel uiteen zet wat ik allemaal kan kiezen en waarom, en dat ik dan toch maar voor een bril met mee kleurende glazen zou moeten kiezen.
Ik ben normaal gesproken het type om daar nog eens even rustig over na te willen denken. Maarja, ik ben er nu toch en eigenlijk heb ik geen zin om het allemaal uit te zoeken en vervolgens terug te moeten. En de verkoper heeft Eurotekens in zijn ogen; het is vrijdag half vijf, met een beetje geluk kan hij nog even twee brilletjes slijten... Time is money!

Reken eerst maar eens uit wat me dat gaat kosten, meneer de verkoper. Rats-rats-rats gaat het weer, nu op de rekenmachine. De kosten vallen binnen het budget dat ik in gedachten had. Weet je wat, ik vind het allemaal wel best. Doe maar.

Ik heb al gezien welke bril ik als zonnebril wil. Doe er daar maar twee van; één gewone en één zonne. Hij probeert me nog een ander montuurtje te slijten, maar ik ben resoluut. Deze wordt het.
Verkoper blij met zijn extra omzet op de valreep; ik blij met mijn nieuwe brills. Vanaf volgende week kijk ik weer met extra scherpe blik de wereld in.

Goedemorgen

Elke ochtend als ik door mijn huis stommel op weg naar de douche, kijk ik even uit het raam. Zit 'ie er vandaag weer? En heeft 'ie vandaag zijn grijze of zijn beige jas aan?
Ik heb het over een zwerver. Of misschien moet ik zeggen; dakloze/thuisloze man...

Bijna dagelijks zit hij er, op het hekje dat om de boom tegenover mijn huis is geplaatst. De eerste keer dat ik hem zag dacht ik dat 'ie op de bus zat te wachten (de halte is drie meter verderop). Maar een half uur later zat hij er nog en er was echt wel een bus voorbij gekomen. Die bleef dus rustig zitten waar hij zat. En een dag of twee later zat hij er weer.
Het duurde niet lang of ik begreep dat hij waarschijnlijk overnacht in de opvang een straatje verderop. Dan, rond een uur of half zeven, worden de mensen de straat op gestuurd. En zoekt deze man zijn vaste stek op; op de hoek van mijn straat.

Hij doet verder niets, behalve zitten. Soms heeft hij een plastic bekertje koffie bij zich. Een pakkie shag. Meer niet. Geen tassen met spullen. Hij is elke dag geschoren. Hij lijkt niet dronken of aan de drugs. Maar hij zit er regelmatig, dus er zal in zijn leven toch iets niet helemaal lekker gelopen zijn.

In het begin dacht ik; wat moet die man daar, kan hij niet even ergens anders gaan zitten? Het irriteerde me. Maar zoals dat soms gaat met terugkerende verschijnselen; ik raakte gewend aan het idee dat hij er zat. Nog wat later hoorde ik mezelf denken als hij er niet zat; er zou toch niets mis zijn?
En op de momenten dat er iemand tegen hem begint te praten, kijk ik even of het allemaal wel goed gaat. Mijn kijk op hem is veranderd van irritatie naar, op een heel afstandelijke manier (hij zal er niets van merken) bezorgd.

Zo nu en dan komen er dronken studenten voorbij gehobbeld en die beginnen dan een uitgebreid verhaal tegen hem. Zo waren er gister twee, die wilden perse een high-five van hem. Maar hij vertikte het. Eén van de twee bleef smeken (niet op een heel vervelende manier), maar hij deed niet mee. Bleef ook rustig zitten.

Een voorbijgaande fietser bemoeide zich ermee; 'Laat die man met rust!' De jongens stonden nog even te dralen, boden hun excuses aan en besloten door te lopen. Waarop de zwerver alsnog zijn hand uitstak en hen een high-five gaf. Kwam het toch nog goed.

Hanghek